vloeibaar tussen vuur 

 

‚Äč

zwarte harten bestaan niet 

zelfs niet als de kaarten verkoold op tafel liggen 

met enkel vuur in onze handen 

benaderen we de dingen als brandbaar 

zelf zijn we elkaars druppel

in de emmer van de waanzin 

altijd onderweg in beweging 

je glijdt tussen mijn vingers door en toch 

naar je toe zwemmen word ik nooit moe 

er brandt een waakvlam in ons midden